Verhaal

De bloeiperiode van de chemische industrie in Utrecht ligt allang achter ons. Toch is er in zowel Nieuwegein als Utrecht nog volop bedrijvigheid en tref je in Amersfoort nog diverse sporen van het industriële verleden van de stad.

Auteur: Bert Poortman, USINE

Op de plek in Nieuwegein waar nu dé zeepfabriek van Nederland staat, waar de Keulse Vaart en het Merwedekanaal zich splitsen, is al zo’n 180 jaar bedrijvigheid. Aanvankelijk stond er een olieslagmolen, tot ondernemer Cornelis Johannes Cockuyt in 1872 de boel overnam en er een olie- en lijnkoekenfabriek van maakte. Zo’n zestig jaar en een faillissement verder, werd in 1934 de locatie opgekocht door een Duitse wasmiddelenfabrikant en werd de kiem gelegd voor de N.V. Nederlandsche Persil Maatschappij, dochteronderneming van het Henkel-concern. Vandaag de dag wordt er in Nieuwegein nog steeds zeep geproduceerd, al is het nu van een heel andere soort dan de zeep die destijds werd gemaakt van plantaardige oliën.

Overigens waren in het verleden meer wasmiddelenfabrikanten gevestigd in de provincie Utrecht. Zo was er De Duif, de zeepfabriek van ondernemer Chr. Pleines die in 1902 verhuisde van Amersfoort naar Den Dolder. De plek is nu deel van de Remia-fabriek.  

Nieuw industrieterrein

In 1893 begon ook de firma L. van der Hoorn een chemische fabriek aan de Jutphaseweg in Utrecht. Dit bedrijf specialiseerde zich in het vertinnen en galvaniseren van metaal. Bij de groei van het bedrijf werd uitgeweken naar het nieuw industrieterrein Oudenrijn bij De Meern. In 1960 ging het bedrijf door als vestiging van Harshaw Chemie, en nog weer later als Engelhard De Meern. Het is nu onderdeel van chemieconcern BASF Catalysts, fabrikant van onder andere katalysatoren voor de chemische en auto-industrie.

Kunstmest en buskruit

In 1914 verrees in de weilanden bij Hoograven in Jutphaas de N.V. Chemische Fabriek v/h Dr. F.C. Stoop. Die fabriek vervaardigde kalisalpeter en kaliumchloraat zodat er uiteindelijk kunstmest kon worden geproduceerd. Maar kalisalpeter was ook ingrediënt voor buskruit en kaliumchloraat werd bovendien gebruikt voor de ontsteking van datzelfde buskruit. In opdracht van het Ministerie van Oorlog werden die materialen dan ook geleverd. Vaten van 50 tot 250 kilo kalisalpeter gingen per boot over de Vaartsche Rijn en verder. In 1932 kwam de fabriek in liquidatie en draadfabriek Neerlandia nam de fabrieksgebouwen over. Diverse gebouwen en een schoorsteen herinneren nog aan het verleden van die plek.

Spoorzoeken in Amersfoort

De opstallen van blekerij Eemzicht in Amersfoort werden in 1919 gekocht door de firma Dalton, die er na een grondige verbouwing een fabriek voor essences en chemische producten vestigde. De fabriek werd twee jaar later, in 1929, alweer gekocht door Unilever en ging onder de naam Viruly op in diens zeepfabrieken. In 2002 sloot eigenaar Rohm en Haas de deuren van de toen al jaren als lijmfabriek functionerende gebouwen. De schoorsteen van Rohm en Maas voorkomt dat de industriële geschiedenis van de Eem in Amersfoort wordt vergeten. Overigens zijn er ook nog diverse andere sporen van de Amersfoortse industrie van weleer terug te vinden, zoals de oude Prodent-fabriek, het pakhuis d' Eersteling en de al in 1881 opgerichte stoomluciferfabriek De Eem met schoorsteen.

meer
meer