Verhaal

Notulen, dossiers, akten en tekeningen. In een gemeentearchief liggen deze gerangschikt opgeslagen. Voor 1873 bewaarden ambtenaren documenten overal en nergens. De ijverige 26-jarige Samuel Muller bracht daar verandering in. De eerste gemeentearchivaris van het zelfstandige Gemeentearchief legde toen onder meer de basis voor de rijke collectie van Het Utrechts Archief.

Auteur: Nettie Stoppelenburg, Het Utrechts Archief

Met de ambitieuze opdracht voor een degelijk gemeentearchief ging Samuel Muller als een bezetene aan de slag. Hij verzamelde materiaal uit alle hoeken en gaten. Van notulen van oeroude instellingen tot ogenschijnlijk waardeloze prentbriefkaarten. Hij haalde een rijke oogst op uit de bureaus van ambtenaren, en later ook uit de stad.

Samuel Muller groeide op tussen de boeken van het wetenschappelijk antiquariaat van zijn vader. Waar ook veel culturele kopstukken kind aan huis waren. Via dat netwerk kwam Samuel jaren later, met een meesterstitel in de rechten op zak, aan zijn aanstelling als gemeentearchivaris. 

Plattegronden en prenten

Met de collectie beeldmateriaal kon Samuel Muller snel resultaat laten zien. Het stadsbestuur had dat namelijk vanaf de zeventiende eeuw beter verzameld. In 1878 verschenen de eerste catalogi. Er was nu een overzicht van de plattegronden, tekeningen en prenten van de stad Utrecht. Vervolgens begon Muller met het geven van opdrachten aan kunstenaars om de veranderingen in de stad Utrecht in beeld te brengen. Zo legde hij de basis voor de huidige collectie beeldmateriaal van Het Utrechts Archief.

Stukken in sigarenkistjes

In 1879 werd Muller ook aangesteld als rijksarchivaris van het Rijksarchief in de provincie Utrecht. Hoewel de situatie daar iets georganiseerder was, ontbraken ook daar inventarissen. Zo waren aktes opgeborgen in open sigarenkistjes en werden stukken met een geïmproviseerd afdak beschermd tegen regenwater.

Ondanks zijn dubbelfunctie hield Samuel Muller zijn taken strikt gescheiden. Hij schreef als rijksarchivaris brieven aan zichzelf als gemeentearchivaris. Zo bouwden beide archiefdiensten een compleet eigen archief op. Maar hij ging niet zo ver dat hij van bureau wisselde als hij voor het ene of het andere archief aan het werk was. De archieven waren naast elkaar gevestigd aan de Drift. 

Honderden publicaties

Muller wordt geroemd om zijn werk voor het archiefwezen. Een groot werk dat hij tot stand bracht, was de inventarisatie van de middeleeuwse archieven van de stad Utrecht. De kennis over de middeleeuwse stad die hij zo verkreeg, verwerkte in vele publicaties over Utrecht. Een van zijn taken als archivaris, zo vond Samuel, was om belangstelling te kweken voor het archief en de geschiedenis van stad en provincie. Voor het grote publiek schreef hij onder meer Schetsen uit de middeleeuwen. Een van de 537 titels uit zijn bibliografie.

In 1891 werd de Vereniging van Archivarissen in Nederland opgericht. Muller nam in deze vereniging een vooraanstaande positie in. Hij schreef de ‘Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven’, het eerste standaardwerk op dit gebied. Nationaal en internationaal kreeg hij hierdoor veel bekendheid.  Ook nu nog geldt dit werk als bijbel voor de archivistiek.

Muller werkte tot 1919 als gemeentearchivaris, tot 1921 als rijksarchivaris. Het zou nog tot 1998 duren voordat het Gemeentearchief en het Rijksarchief fuseerden tot Het Utrechts Archief. Maar ook bij Het Utrechts Archief zijn er nog steeds een gemeentearchivaris en een rijksarchivaris.

Bron

Pietersma, A. ‘Samuel Muller Fz. (1848-1922), archivaris en geschiedschrijver’ in: J. Aalbers, W. van den Broeke, H. Buiter, A.J. van den Hoven van Genderen, A. Pietersma, F. Vogelzang, (red.) Utrechtse biografieën 3, Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Utrechters. (Amsterdam/Utrecht 1996) 146-152.

 

meer

verhalen

meer