Verhaal

De Pondskoekersluis in De Hoef (gemeente De Ronde Venen) verbindt de Kerkvaart met De Kromme Mijdrecht. Opvallende naam trouwens voor een sluis. Sluiswachters Marjan en Klaas Jansen weten waar die naam vandaan komt: ‘Vroeger stond in Mijdrecht koekjesfabriek De Lindeboom’, vertelt Marjan. ‘Ingrediënten voor de koekjes werden via het water aangevoerd. De schippers van de vrachtschepen die door de sluis kwamen, mochten met koek betalen.’

 Auteur: Rosanne Kok voor De Verhalenkamer

De verhalen van de schepen met meel en andere ingrediënten die door de Pondskoekersluis kwamen, heeft Klaas Jansen van zijn vader en zijn opa; de vorige generaties sluiswachters. Koekfabriek De Lindeboom ging in 1937 failliet, wat voor de sluis een grote impact had. ‘Ik herinner me nog wel de vele andere vrachtscheepjes’, vertelt Klaas Jansen. ‘Zand, grind en pulp zijn hier ook in grote hoeveelheden door de sluis vervoerd.’

Geen tijd om te schaften

Vroeger ging alles met de hand. Een schutting van de sluis duurde dan ook heel lang. ‘Schaften was een begrip wat mijn vader niet kende’, vervolgt Klaas lachend. ‘Daar had hij helemaal geen tijd voor. Soms lagen er wel tien, vijftien boten te wachten. Daar hield hij niet van. Hij werkte altijd door.’ Klaas’ vader had oog voor zijn vak en probeerde de sluisschuttingen zo efficiënt mogelijk in te richten. Hij wist dat hij zeventien meter schutlengte te verdelen had. Als hij dat slim deed, hoefde niemand echt lang te wachten. ‘Hij had altijd een megafoon bij zich’, weet Klaas nog. ‘In gedachten hoor ik hem nog schreeuwen: ‘scheepje van zeven meter, scheepje van zes meter.’ Hij wist dat hij zeventien meter schutlengte te verdelen had. Als hij dat slim deed hoefde niemand echt lang te wachten.’

Tijdens een grote restauratie van de sluis is 1998 werd hydrauliek aangelegd, waardoor de sluis met een druk op de knop te bedienen is. ‘Dat vond mijn vader toch geweldig!’, vertelt Klaas. ‘Wat een uitvinding. Hierdoor gaat alles zoveel sneller.’

Sluis open? Verkeersopstopping!

Op de plek waar nu een grote brug over de Wetering ligt, stond vroeger een klein ophaalbruggetje. ‘Echt zo’n klapbruggetje’, vertelt Marjan, die nu voornamelijk het schutten van de sluis voor haar rekening neemt. ‘Dat was maar smal. Voor grotere voertuigen was het altijd tobben om de bocht voor de brug goed te nemen. En als er geschut werd, moest de brug natuurlijk open. Daar was het verkeer niet blij mee. Stonden ze weer te schelden en te tieren. Vooral de melkboer die zijn melkbussen moest ophalen en wegbrengen was niet blij; hij wilde zijn geld verdienen en dat ging niet zolang hij voor de brug moest wachten…’

150.000 liter water

De sluis is al meer dan honderdvijftig jaar oud. Toch is zij nog altijd onmisbaar. ‘Het verschil in waterpeil tussen De Kromme Mijdrecht en de achtergelegen polder is gemiddeld zo’n 1.75 meter’, legt Marjan uit. ‘Bij heftige regenval kan dat wel oplopen tot zo’n 2 meter. Je hebt dus echt een sluis nodig om dat verschil te overbruggen.’ Wat nu nog gebruik maakt van de Pondskoekersluis is voornamelijk pleziervaart. Er zijn prachtige sloepentochten uitgezet door de polder Groot Mijdrecht, waar in het seizoen veel gebruik van gemaakt wordt. ‘Recreanten klagen geregeld dat ze zoveel sluisgeld moeten betalen’, besluit Klaas. ‘Wat is veel sluisgeld? antwoord ik dan. ‘Weet je wel dat je voor dat geld 150.000 liter water krijgt?’ Nou, dan hoor je ze niet meer hoor…’

De sluiswachters Marjan en Klaas Jansen en hun verhaal in beeld

Dit verhaal is onderdeel van het oral history-project De Verhalenkamer, een initiatief van Stichting Verhalen Horen Overal. Dit project beslaat vijf bijzondere erfgoedlocaties in de gemeente De Ronde Venen. Het betreft locaties die iconisch zijn (geweest) voor de gemeente en een belangrijk onderdeel vormen van de maatschappelijk identiteit. 

meer

Gerelateerde objecten

meer