Verhaal

Moerasbossen en veengebieden zijn niet de meest ideale plek voor een boerenbedrijf. Toch start de bisschop van Utrecht in de elfde eeuw met plannen voor een systematische ontginning van een stuk land. De reden? Door de snelle bevolkingsgroei was er meer landbouwgrond nodig. Ruim 300 jaar duurde de ontginning van het gebied dat nu tot het Groene Hart behoort. Daar is het lijnenspel tot op de dag van vandaag zichtbaar in het landschap. Uniek in Europa.

Onontgonnen veengebied geschikt maken voor landbouw. Dat gebeurde tijdens de Grote Ontginning die startte in de 11e eeuw. In die tijd transformeerde het natte moerasland naar een gebied met langgerekte kavels landbouwgrond. Dit ontginningsproces werd strak geregisseerd. Er werden onder meer overeenkomsten gesloten met de ontginners waarin afmetingen van percelen en andere afspraken vastgelegd werden. Die overeenkomsten werden copes genoemd. Vandaar dat deze Grote Ontginning ook wel als de cope-ontginning bekend staat.

Belasting

Onvrije boeren en kolonisten voerden de daadwerkelijke ontginning uit. Aan dit zware werk hielden ze wel wat over: de boeren werden eigenaar van het ontgonnen perceel. Ook dit stond beschreven in de cope met de landeigenaar (de Bisschop van Utrecht of de graven van Holland). Die pikte overigens ook een graantje mee van de ontginningen, de cope verplichtte de boeren namelijk dat zij een tiende van hun landopbrengst aan de landeigenaar moesten betalen.

Patronen

Naast nieuw verworven landbouwgrond, zorgden de cope-ontginningen ook voor het beeldbepalende lijnenspel in het Groene Hart. Hoe zijn deze strakke lijnen ontstaan? Rivieren vormden vaak het startpunt van de ontginning. Van daaruit werden sloten gegraven voor de afwatering van tussengelegen stroken. Deze stroken waren ongeveer 110 meter breed en 1250 meter diep. Aan de achterkant van zo’n strook lag weer een sloot of een wetering om het water af te laten vloeien. Of een wal om het perceel te beschermen tegen water uit hoger gelegen grond. De natuurlijke loop van het startpunt was bepalend voor de vorm van de ontginningen. In het landschap zijn onder meer cirkel- en waaiervormige ontginningspatronen te zien.

Marketing

In het westen en het zuiden van de provincie Utrecht zijn veel plaatsen te vinden die dankzij de cope-ontginning bestaan. Dat zijn plekken die eindigen op ‘kop’, ‘cop’ of ‘koop’. Denk aan Reyerscop, Benschop en Teckop. Om boeren en andere ontginners warm te maken voor deze zware ontginningsklus kregen sommige gebieden aanlokkelijke namen. Kockengen (Cocagne) is daar een mooi voorbeeld van, dat iets betekent als luilekkerland.

Bronnen en meer lezen?

- Blijdenstijn, R (2005), Tastbare Tijd, cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, Utrecht: Provincie Utrecht

- 100 – 1600: zwoegen in het veen, via: https://landschapinnederland.nl/1100-%E2%80%93-1600-zwoegen-het-veen

- De Grote Ontginning, via: http://www.vensteropdevecht.nl/historie/137.html

- Van veengebied naar polder, via: http://www.verhaalvanwoerden.nl/de-verhalen/van-veengebied-naar-polder

 

Op de kaart

meer
meer