Utrechters in oorlog en vrede

Sint Maarten

5 min

Jaarlijks komen in Utrecht op 11 november kinderen met lampions aan de deur. Ze zingen een liedje over Sint Maarten en krijgen daarvoor een lekkernij. Op deze dag wordt Sint Maarten herdacht, de schutspatroon van de stad Utrecht.

Martinus werd geboren rond het jaar 316 in Hongarije. Al op jonge leeftijd werd hij soldaat in het Romeinse leger. Martinus was bijzonder begaan met het lot van de armen. Nog maar 15 jaar oud, gaf de jonge soldaat op een dag bij de stadspoort van Amiens de helft van zijn mantel aan een naakte bedelaar. In een droom zag hij in die bedelaar de persoon van Christus. Dit komt overeen met een uitspraak van Jezus in de Bijbel: ‘Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed.’ (Mattheüs 25:36) Martinus bekeerde zich tot het christendom en werd later gekozen tot bisschop van Tours. Na zijn overlijden werd hij daar op 11 november 397 begraven. Zijn naastenliefde werd gezien als een groot voorbeeld en hij zou ook wonderen hebben verricht. Daarom is Martinus later heilig verklaard.

Sint Maarten was niet alleen de beschermheilige van de kerk, maar ook van de stad Utrecht. Dat zien we nog terug in het rood-witte stadswapen: het rood staat voor de halve mantel die Sint Maarten aan de bedelaar gaf en het wit voor zijn onderkleed.

Sint Maarten en de stad Utrecht

De eerste kerk die in de 7de eeuw in Utrecht werd gebouwd, was gewijd aan Sint Maarten. Rond 695 liet missionaris Willibrord dit in verval geraakte kerkje herbouwen en wijdde het opnieuw aan deze heilige. De kerk van Willibrord was de voorloper van de huidige Domkerk. Na plundering door de Vikingen in de 9de eeuw werd de Domkerk gerestaureerd. Later liet bisschop Adelbold een grotere Domkerk bouwen. Hier werden vanaf het eind van de 12de eeuw ook relieken van Sint Maarten bewaard. Dat waren stukjes kleding, wat grafstof en later ook een stukje armbot. Sint Maarten was niet alleen de beschermheilige van de kerk, maar ook van de stad Utrecht. Dat zien we nog terug in het rood-witte stadswapen: het rood staat voor de halve mantel die Sint Maarten aan de bedelaar gaf en het wit voor zijn onderkleed.

Bedevaarten

In de Late Middeleeuwen kwamen er veel pelgrims naar Utrecht om de relieken van Sint Maarten en van andere heiligen te aanbidden. Mede dankzij donaties van de bezoekers van de kerk was de bouw van een nieuwe gotische Domkerk mogelijk. Die was nodig omdat de bestaande kerk in 1253 bij een stadsbrand beschadigd was geraakt.

In de Middeleeuwen werd Sint Maarten uitbundig gevierd. Dat gebeurde zowel in als buiten de kerk. Zo werd er bijvoorbeeld ook een jaarmarkt gehouden. De lichtjes en lampionnen die met Sint Maarten worden aangestoken staan symbool voor warmte, goedheid en naastenliefde. De Reformatie maakte een einde aan de grootse festiviteiten en aan de bedevaarten naar Utrecht. In het protestantse geloof was heiligenverering officieel verboden. Maar toch bleef Sint Maarten geliefd. In de 19de eeuw kon het katholieke geloof dankzij de vrijheid van godsdienst weer opleven. Aan het eind van die eeuw werd de Sint Maartenviering echter verdrongen door de toenemende populariteit van het Sinterklaasfeest. In de 20ste eeuw kwam Sint Maarten weer meer in de belangstelling, met name in de stad Utrecht. Nog steeds wordt op 11 november de Martinusklok in de Domtoren geluid en is er een speciale Sint Maartenviering in de Domkerk. Daarnaast worden allerlei andere festiviteiten georganiseerd.

De Utrechtse Sint Maartenviering is opgenomen in de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed Koninkrijk Nederland.

Bronnen en meer lezen

- Breij. M.C. (Mieke). (1988) Sint Maarten, schutspatroon van Utrecht. Utrecht: Stichting Discodom

- Rikhof, Frans. Bedevaart en Bedevaartplaatsen in Nederland, H. Maarten (Martinus), via Meertens Instituut.

- Stichting Sint Maarten Utrecht, over de viering in Utrecht.

Aanvullende informatie