Verhaal

Vanaf het midden van de 13de eeuw worden er in Utrecht diverse woontorens gebouwd. Vooral de hele reeks torens langs de Langbroekerwetering spreekt vandaag de dag tot de verbeelding, omdat die torens vaak nog herkenbaar en zeer opvallend zijn.

 

Toevlucht en prestige

Van oorsprong is de woontoren of donjon een toren zonder opsmuk. De toren moest vooral bescherming bieden. De ingang van de toren lag daarom soms op de eerste verdieping of was alleen via een ladder bereikbaar. Een woontoren had meestal vanaf het begin ook een woonfunctie met een stookplaats, een waterput en een sekreet (wc, die vaak als houten uitbouwtje aan de muur ‘geplakt’ zit). In de 14de en 15de eeuw zijn veel woontorens uitgebreid met een zaalbouw, die we waarschijnlijk als statussymbool moeten zien. Daarin was vaak een rechthoekige zaal opgenomen, soms met andere vertrekken of meerdere verdiepingen.

Toren vaak behouden

In de 16de en 17de eeuw vinden over het algemeen geen grootscheepse uitbreidingen plaats. Dat verandert rond 1850. Ook langs de Langbroekerwetering vinden dan verbouwingen plaats om de huizen beter bewoonbaar te maken en aan te passen aan de wooneisen van de nieuwe tijd. Het karakter van de huizen verandert: het worden aantrekkelijke buitenplaatsen waar de welgestelde families de zomers kunnen doorbrengen. De toren blijft echter vaak herkenbaar, zoals bij Lunenburg en bij Sterkenburg. Hindersteyn daarentegen heeft een volledige ‘remake’ gekregen en is geheel in neogotische stijl gerenoveerd.

meer

Gerelateerde objecten

meer