Verhaal

In 1482 was de strijd tussen Utrecht en Holland flink opgelaaid. Utrechtse vluchtelingen en bannelingen zochten in Vianen een goed heenkomen. Utrecht was op zoek naar mogelijkheden om Vianen daarvoor af te straffen. Op de derde zondag voor Pasen in 1482 stond een overval gepland.

Auteur: Hans Kluit naar Joannes à Leydis, Origine et Rebus gestis Dominorum de Brederode, Nederlandse versie, 1486, hoofdstuk 74 en 75.

In Vreeswijk stond een afdeling van 300 ruiters klaar om Vianen te overvallen. Onder leiding van ritmeester Vincent van Swanenburg wachtte men op een seintje van Gijsberg van Baest uit Vianen. Gijsbert was door Walraven II van Brederode en heer van Vianen aangesteld als dijkgraaf, maar was op de hand van Utrecht.

Het verraad

Gijsbert had die avond dienst als nachtwaker bij de Oostpoort aan het einde van de Langendijk in Vianen. Hij had een paar handlangers bij zich die zich verkleed hadden om niet al te veel argwaan te wekken. Sommigen zagen eruit als vrouw of bedelaar. Zo leek het gewoon een troepje volk bij de poort.
Laat in de avond gaf dijkgraaf Gijsbert met een vuursignaal aan dat de ruiters vanuit Vreeswijk konden oversteken. Met ladders en touwen klommen er een paar over de muur en werd de Oostpoort geopend.

De schout die op het rumoer afkwam, zag wat er aan de hand was en sloeg alarm. Een aantal burgers greep naar de wapens, maar moest het tegenover deze overmacht met de dood bekopen. De overvallers marcheerden over de Voorstraat met slaande trom en gestoken trompetten. Ze bezetten het stadhuis en de Landpoort.

De bezetting

Walraven de Bastaard, een halfbroer van Walraven II die zich buiten de stad bevond, had zich teruggetrokken in de Lekpoort en weigerde zich over te geven. De aanvallers uit Utrecht gingen vervolgens naar slot Batestein en eisten het kasteel op, tegen vrijgeleide van de aanwezigen. Maar slotvoogd Joris de Bastaard, een andere halfbroer, weigerde. Ritmeester Van Swanenburg viel met een grote troepenmacht aan en veroverde het kasteel. Er sneuvelden 12 mannen. Joris wist zich met enkele mannen nog terug te trekken in de Simpeltoren van het kasteel, maar hij was onvoldoende bewapend en bij gebrek aan manschappen gaf hij zich over in ruil voor een vrije aftocht. Die wens werd ingewilligd. Alle op het kasteel aanwezige personen, inclusief de Utrechtse bannelingen, kregen hun vrije aftocht.

Toen de bezetters het kasteel verlieten, namen ze wel alles van waarde mee: “datter niet een stoel bleef op te sitten”. De overvallers keerden terug naar de Lekpoort, waar Walraven de Bastaard zich nu ook overgaf, in ruil voor vrije aftocht. Ritmeester Vincent beroofde nog een aantal burgers en met de verkregen buit betaalde hij zijn soldaten.

Vianen weer in handen van de heer van Vianen

Ritmeester Van Swanenburg wilde de stad teruggeven aan heer Walraven II, in ruil voor een fikse som aan losgeld. Na onderhandelingen met hulp van Jacob I, graaf van Horne, werd een bedrag van 6650 Rijnse guldens overeengekomen en betaald. Van Swanenburg droeg hierna de sleutels van de stad over. Walraven II keerde terug naar Vianen. De Oostpoort, Geenkenspoort of Culemborgse Poort wordt vanaf dit moment de Verraderspoort genoemd.

Vianen was tot 1795 een Vrijstad met eigen wetten. Lieden van elders die zich wilde onttrekken aan vervolging, vaak veroorzaakt door schulden, konden zich in Vianen vestigen. Dit overigens wel tegen betaling. De uitdrukking 'naar Vianen gaan' staat nog steeds synoniem voor failliet gaan.

 Dit verhaal is onderdeel van de serie 'Tot hier en niet verder!' Daarin duiken we in de opstandige verhalen uit de geschiedenis van de provincie Utrecht. Wie kwamen er in opstand in de provincie? Wanneer was hun #tothier-moment? Op welke manier kwamen ze in actie en welke idealen werden nagestreefd? Onrust, oproer en opstand! UtrechtAltijd.nl staat de komende maanden bol van de opstandige verhalen uit de provincie Utrecht.

meer

Gerelateerde objecten

meer