Verhaal

In vroeger tijden liepen er gevaarlijke wolven rond in Vreeland. In maart 1481 riep de Raad van de stad Utrecht de edelen van het gewest op om op deze overlast gevende wolven te jagen. Een eeuw later, bij twee grote wolvendrijfjachten, werden ook de Vreelanders verplicht hier aan mee te helpen.

Auteur: Anton Cruysheer

Door Spaans oorlogsgeweld in de 80-jarige oorlog (1568-1648) werden grote troepen wolven uit Brabant en Vlaanderen verjaagd naar het noorden en zochten hun heil in onder meer de bossen van de Utrechtse Heuvelrug en Gooiland. Ook onder de rook van Vreeland, in het bos ‘het Jonkershout’ te Loenen, was een wolvenschuilplaats. Vijf jaar later, in 1592, was de regio Gooi en Vechtstreek dusdanig onveilig dat men niet zonder gevaar voor eigen leven vrij op het land kon lopen. Ook koeien en paarden werden regelmatig opgevreten. Boeren waren dan ook gedwongen om hun vee op stal te houden. Waardoor de voederkosten zouden oplopen. Waren de beesten wel buiten, dan moesten de weiden goed in de gaten worden gehouden. Kortom, de wolf was een flinke schadepost voor velen.

Speren, knuppels en hooivorken

Op 29 maart 1592 verscheen een ordonnantie van de Staten van Utrecht voor een enorme drijfjacht waarbij de gehele mannelijke bevolking uit de regio in de leeftijd van 14 tot 60 jaar verplicht was om mee te helpen op straffe van een zeer hoge geldboete, zo ook de Vreelanders. Nadat vanuit de provincie Holland veel wild naar de Gooi- en Vechtstreek was verdreven, volgde eind april 1593 opnieuw een groots opgezette drijfjacht, die ook goed is gedocumenteerd. Ruim 1800 meter lengte aan netten werd gemaakt en gespannen tussen de vele boomgaarden. Molenaars moesten vanaf hun molens de wolven in de gaten houden en de jagers het spoor wijzen waarheen de wolven vluchtten. De met speren, knuppels en hooivorken bewapende jagers moesten via een ingewikkeld jaagschema liniegewijs de wolven vanaf Utrecht tot aan de Zuiderzee richting de Vecht in de netten drijven en daarna doden.

Wolven via water

Schuitjes lagen op kleine afstand van elkaar opgesteld, elk bemand met twee gewapende mannen om de eventueel via het water ontsnappende wolven neer te schieten. Na de grote wolvendrijfjachten kwamen de wolven steeds minder voor, mede door hoge premies voor het doden van wolven en de boskap ten behoeve van de scheepsbouw. Vooral de edelen met paard trokken eropuit zodra weer ergens een wolf was gesignaleerd. Voor de laan van het kasteel Kronenburg in Loenen hebben lange tijd twee zware eiken gestaan waaraan men de wolven opknoopte.

Dit artikel verscheen eerder in het boek Vreeland, 750 jaar geschiedenis in vogelvlucht. Daarin lees je meer verhalen over de geschiedenis van Vreeland. 

Dit verhaal is onderdeel van de serie 'Tot hier en niet verder!' Daarin duiken we in de opstandige verhalen uit de geschiedenis van de provincie Utrecht. Wie kwamen er in opstand in de provincie? Wanneer was hun #tothier-moment? Op welke manier kwamen ze in actie en welke idealen werden nagestreefd? Onrust, oproer en opstand! UtrechtAltijd.nl staat de komende maanden bol van de opstandige verhalen uit de provincie Utrecht.

Bronnen en meer lezen

Cruysheer, A & Jonker-Duynstee, J (2015) Vreeland, 750 jaar geschiedenis in vogelvlucht. VechtExclusief.

 

meer

Gerelateerde objecten

meer