Verhaal

In Oudewater is het een begrip: Touwslagerij Van der Lee. Het bedrijf bestaat al meer dan 500 jaar, begonnen met puur handwerk en ontwikkeld naar machinale productie. Toch had het weinig gescheeld of er was in 1728 een einde gekomen aan het familiebedrijf. Dat het nog bestaat is te danken aan één vrouw: Janetta Houmes, de weduwe van Jan Gijsbertszoon van der Lee.

Auteur: Nettie Stoppelenburg, Het Utrechts Archief

Janetta Houmes was in 1710 getrouwd met Jan Gijsbertszoon van der Lee. De familie Van der Lee hield zich al zo’n tweehonderd jaar bezig met de touwindustrie. Jan was op jonge leeftijd wees geworden. Zijn oudere broers en zusters hadden het bedrijf van hun ouders voortgezet, met hulp van hun ooms. Het bedrijf kwam uiteindelijk in handen van Jan. Zijn twee van de broers waren jong gestorven, de twee zussen waren getrouwd en de oudste broer had een rijke vrouw getrouwd en hoefde niet meer te werken. Die oudste broer had er voor gezorgd dat het bedrijf naar Jan ging. De spil in het bedrijf van Jan van der Lee was de baanschuur op de Schutterstoren die Janetta van haar ouders had geërfd. Want ook Janetta’s familie was actief in deze branche.

Hulp van de familie

Jan en Janetta kregen zeven kinderen. Jan van der Lee overleed in augustus 1728, hun jongste kind was toen twee jaar oud. Janetta aarzelde niet en nam de touwtjes van het bedrijf in handen. Zij wierp zich op de praktische kant van Touwslagerij Van der Lee; het werk op de lijnbaan. Hekelen, spinnen en twijnen, dat ging nog wel samen met de zorg voor de kinderen. Voor de verkoop van haar producten en de inkoop van hennep ging ze een partnerschap aan met haar neef Jacobus Rapenburg.

Grote uitdaging was voldoende kapitaal realiseren. Zo was er een kwestie met het handelshuis van de gebroeders Vollenhoven in Schiedam dat enkele jaren eerder failliet was gegaan en Jan van der Lee had maar een tiende deel teruggekregen van de 691 gulden waar hij recht op had. En wanneer er rekeningen uitgingen, werden die niet direct betaald. Dat was destijds gebruikelijk. Gelukkig kon Janetta geld lenen van haar schoonzus Sophia.

Oplichting

In 1733 daagde Janetta Houmes haar zakenpartner Jacobus Rapenburg voor het gerecht. Hij was haar bijna 800 gulden aan winstbetaling schuldig. Zij had hem 345 gulden als zakenkapitaal verstrekt, de handelswaarde van haar producten was ruim 4300 gulden, de grondstoffen en andere kosten bedroegen bijna 3500 gulden. Maar de uitbetaling van de winst bleef achterwege. Al snel bleek waarom: Jacobus had het geld niet. Er moest een regeling voor afbetaling opgesteld worden. Gelukkig was Janetta’s oudste zoon Gijsbert een getalenteerd administrateur en koopman en hij was inmiddels oud genoeg om de zaken over te nemen en kon dus ook profiteren van de afbetaling.

Janetta draagt de zaken over

Drie van Janetta’s zonen werkten mee in het bedrijf: Geerlof, Adriaan en Hendrik. Zij namen Janetta steeds meer werk uit handen. Dat was maar goed ook, want Janetta werd oud. Adriaan trouwde in april 1746 en zij woonden bij Janetta in haar ouderlijk huis in de Leeuweringerstraat. Op 24 december 1746 noteerde Adriaan haar overlijden in de familiebijbel. Adriaan slaagde erin om het bedrijf uit te breiden met een baanschuur in de Biezenpoortstraat.

Bronnen en meer lezen

- Nettie Stoppelenburg, ‘Van touwslagers naar touwfabriek. De familie Van der Lee.’, in: Jaarboek Oud-Utrecht 2014.

meer
meer