Utrechtse kastelen en buitenplaatsen

Theekoepels

6 min

Theekoepels zijn typisch Nederlands: buiten ons land vind je ze niet. Huiseigenaren begonnen met het bouwen van deze huisjes in de 17de eeuw, op een mooi plekje bij hun huis of buitenplaats. Met name langs de Vecht schitteren vele theekoepels, maar ook op andere plekken kun je ze vinden.

Sinds de Verenigde Oost-Indische Compagnie vanaf de 17de eeuw thee importeerde, stond de hete drank bekend als geneeskrachtig. Thee was schaars en duur, en de consumptie van dit genotmiddel was gekoppeld aan status en prestige. Als je als welgestelde mee wilde doen met de mode, dan liet je een theekoepel bouwen. Die verrezen dan ook bij honderden: bij woonhuizen en buitenplaatsen langs Amstel en Vecht, maar ook elders. Wanneer het maar uitkwam kuierde het gezelschap naar het kleine huisje om er te ontspannen bij wat kopjes thee. Koffie, wijn, port of andere alcohol dronk men er ook. De theekoepel was een geschikte plaats voor een diner of om rustig te mijmeren en ontspannen. Men wijdde zich er ook aan de kunsten of gezelschapsspellen. In een verkoopakte uit 1706 stond de vierkante theekoepel van buitenplaats Binnenrust bij Abcoude dan ook vermeld als ‘speelhuys’. Deze koepel had, zoals andere koepels, een kachel voor de wintertijd.

Als je als welgestelde mee wilde doen met de mode, dan liet je een theekoepel bouwen.

Van simpel tot luxe

De symmetrisch gebouwde theekoepels waren vierkant, zes- of achthoekig, met veel grote ramen. Het typische koepeldak zorgde voor de naam, maar veel theekoepels hebben in plaats van een koepel een rieten dak. Het bouwmateriaal was uiteenlopend, zoals baksteen, natuursteen, hout of metaal. Theekoepels werden gebouwd van simpel tot bewerkt, en in allerlei stijlen: van classicistisch - met Griekse zuilen - tot de 19e-eeuwse chaletstijl. In de theekoepels bevonden zich soms meerdere ruimtes. Dan was er een (wijn)keldertje of een tweede verdieping, of een combinatie van theekoepel en boothuis. Soms hadden ze kastruimte, een keukentje, een privaat of een vuurplaats met turfhok. Interieurs varieerden van simpel tot luxe, met schilderingen, houtsnijwerk, wandbespanningen of stucwerk met ornamenten. Drink- en eetgerei en meubels maakten deel uit van de inventaris. Kostbaar aardewerk en porselein, zilveren theekannen, melkkannen en kandijkommen verhoogden het aanzien van de eigenaar.

Uit de mode

Theekoepels stonden op een verhoging, of dicht aan de rivier of de weg. Zo kon men tijdens het keuvelen en theedrinken vanuit het huisje goed in de gaten houden wie er voorbij kwamen. De theedrinkers wilden overigens zelf ook graag gezien worden! Tegen de tijd dat grote huizen werden gebouwd op de Utrechtse Heuvelrug, waren theekoepels uit de mode geraakt. Daarom zijn er daar slechts enkele te vinden. Bankier Stoop zette in 1840 een theekoepel op zijn landgoed Henschoten. Hij zag echter af van de bouw van een huis aldaar en kocht dichter bij Zeist een stuk grond waarop ‘Molenbosch’ verrees. De ‘koepel van Stoop’ bleef behouden.

Eenzaam en verhuisd

Van de twee koepels die Slot Zeist ooit had, is er gelukkig nog een over. De koepel was deel van de formele tuinaanleg uit 1677-1682. Op de Darthuizerberg bij Leersum staat een theekoepel eenzaam in het bos. Rond 1904 bouwde bankier Daniël François Scheurleer hier een landgoed, waarvoor hij ook een theekoepel kocht – waarschijnlijk afkomstig van een (onbekend) buiten aan de Vecht. De overige bebouwing van landgoed 'Darthuizerberg' is verdwenen. Theekoepels wisselden dus ook wel eens van eigenaar en locatie.

Geschreven door Elian de Jonge

Aanvullende informatie