Verhaal

Ieder jaar weer is Utrecht eind september gedurende tien dagen lang de filmhoofdstad van Nederland. Dan komt steevast een grote schare filmliefhebbers naar de stad om op het Nederlands Film Festival films en tv-producties te bekijken en met de makers ervan in gesprek te gaan. Hoe heeft Utrecht die bijzondere positie verworven?

Door Herman de Wit

Oprichter van het festival is de Utrechtse filmregisseur en bioscoopexploitant Jos Stelling. In oktober 1978 organiseerde hij de succesvolle Week van de Korte Nederlandse Film om de kwaliteiten van de Nederlandse korte film in de spotlights te zetten. Aangespoord door dit succes zette hij met afgevaardigden uit de Utrechtse en de Nederlandse filmwereld een nieuw festival op om een groot publiek kennis te laten maken met alle genres van de Nederlandse film: de Nederlandse Filmdagen.

Belangrijk uitgangspunt was ook de in die tijd versplinterde Nederlandse filmwereld bij elkaar te brengen en gezamenlijk te discussiëren over de vraag wat er verbeterd zou kunnen worden aan de filmsituatie in Nederland. Daarvoor was het zo centraal gelegen Utrecht een prima locatie, want voor de Nederlandse filmmakers - die veelal in Amsterdam of in de omgeving van Hilversum, in de buurt van het Nederlandse publieke omroepbestel, woonden - was Utrecht een neutrale plaats.

Gouden Kalf

Op 24 september 1981 opende Stelling met een vrolijke toespraak de eerste editie van de Nederlandse Filmdagen. Het festival speelde zich geheel af in filmtheater ’t Hoogt. Daar ging in een week tijd in drie zalen de gehele Nederlandse productie aan speelfilms, documentaires, korte films, studentenfilms en opdrachtfilms over het doek. En daarnaast nog eens tientallen films uit verschillende retrospectieven. In de grote zaal en in het café van ’t Hoogt vonden diverse talkshows, seminars en symposia plaats.

Alleen voor de slotavond werd uitgeweken naar bioscoop Catharijne. Daar werd in 1981 voor het eerst de Grote Prijs van de Nederlandse Film, beter bekend als het Gouden Kalf, uitgereikt. Want de Nederlandse Filmdagen moest in navolging van buitenlandse festivals ook een prijs krijgen. En zoals Venetië de Gouden Leeuw had en Berlijn zijn Gouden Beer, kreeg de Nederlandse Filmdagen het Gouden Kalf. De koe, het ultieme Nederlandse symbool, werd toch wat te fors bevonden en een dartel kalfje kwam meer overeen met de Nederlandse film, die immers ook nog flink moest groeien. Het beeldje werd vervaardigd door de Utrechtse kunstenaar Theo Mackaay.

150.000 bezoekers

Paste het eerste festival met 8.000 bezoekers nog helemaal in de drie zalen van ’t Hoogt, nu het evenement vandaag de dag zo’n 150.000 bezoekers trekt, zijn vrijwel alle Utrechtse bioscopen, alsmede de Stadsschouwburg en TivoliVredenburg, erbij betrokken. Naast de voorstellingen presenteert het festival, dat in 1993 werd omgedoopt tot Nederlands Film Festival, ook lezingen, debatten, seminars, tentoonstellingen, interactieve projecten en games.

Aan de vooravond van de 36ste editie van het festival in 2016 zijn inmiddels 486 regisseurs, acteurs, actrices en andere filmprofessionals trotse bezitter van een Gouden Kalf. Jaarlijks komen er zo’n twintig bij.

Literatuurtips

- Hester Presburg en Herman de Wit (samenstelling), 25 Jaar Nederlands Film Festival (Utrecht 2005)
- Bas Agterberg, Bert Hogenkamp, Gonnie Oosterbaan, Herman de Wit en Klaas de Zwaan, Sensationele voorstellingen en passend vermaak – Film en bioscoop in Utrecht (Utrecht 2009)

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer