Ode aan het landschap

Utrecht Weidevogelland

4 min

In het vroege voorjaar hoor je in het Utrechtse polderlandschap de meest kenmerkende weidevogel van Nederland zijn eigen naam roepen: grutto, grutto, grutto. Deze vogel staat bekend als Koning van de Weide en is de nationale vogel van Nederland. Vergeet ook niet de tureluur, de scholekster en de kievit. Deze weidevogels leggen hun eieren op akkers en in weilanden en brengen daar hun jongen groot. De provincie Utrecht kent een aantal belangrijke weidevogelgebieden.

De drie belangrijkste weidevogelgebieden zijn de Lopikerwaard, De Venen en Eemland. Die laatste is één van Nederlands beste gebieden voor weidevogels. Kenmerkend voor deze plekken is het open landschap, dat onder meer gevormd is door de ontginningen. Bovendien zijn er weinig obstakels in het veld als bomen en struiken waarin vijanden van weidevogels zich kunnen schuilhouden. Zo hebben de vogels rondom overzicht. Kortom: de uitgestrekte boerenweides zijn een ideale plek voor weidevogels. Maar let wel, elke soort heeft zijn voorkeur. De kievit en scholekster zitten het liefst op gemaaide akkers. De grutto, tureluur en wulp kiezen liever voor vochtige weilanden met hoog gras waarin ze hun eieren kunnen verstoppen.

De kievit en scholekster zitten het liefst op gemaaide akkers. De grutto, tureluur en wulp kiezen liever voor vochtige weilanden met hoog gras waarin ze hun eieren kunnen verstoppen.

Landbouw en weidevogels

Weidevogels horen bij het agrarisch bedrijf. Sterker nog, de Nederlandse landbouw heeft het land eigenlijk geschikt gemaakt voor de weidevogels. Naast het open landschap dat daardoor ontstaan is, wordt de bodem verrijkt met voedingsstoffen uit mest. Maar de landbouw is in de afgelopen veertig jaar veel intensiever geworden. Het gevolg daarvan is dat de hoeveelheid bloem- en voedselrijke, vochtige weiden sterk afnemen. Weidevogels die tot vijftig jaar geleden in grote getale in Nederland verbleven, zijn de afgelopen decennia in aantal sterk achteruitgegaan.

Indrukwekkende vliegkunsten

Vier maanden van het jaar zijn de weidevogels in Nederland om te zorgen voor nakomelingen. Vanaf februari, maart, zullen de eerste vogels aankomen. In deze eerste fase zijn hun belangrijkste activiteiten bijkomen van de lange reis en zoeken naar een partner en een broedplek. Daarna maken de vogels elkaar het hof en tonen hun indrukwekkende vliegkunsten. Als dat allemaal goed gaat, volgt de nestfase. Om de populatie van weidevogels in stand te houden, moet minimaal 70 procent van de nesten uitkomen. Dankzij een goede samenwerking tussen weidevogelbeschermers en boeren lukt dat doorgaans goed in de provincie Utrecht. De uitdaging zit vooral in de fase daarna: bij het opgroeien van de kuikens. Ouders moeten hun kroost behoeden voor vijanden en ondertussen moet er genoeg gegeten worden. Dat is nog niet zo gemakkelijk. Ergens rond juni start voor veel verschillende weidevogels de terugreis naar het zuiden. Dat geldt overigens niet voor alle vogels. Zo trekt de kievit mee met de vorstgrens en de scholekster gaat richting het wad. En er zijn vogels die al eerder vertrekken, bijvoorbeeld wanneer het niet gelukt is om een nest uit te broeden.

Beschermen weidevogels

Vrijwilligers helpen agrariërs om de nesten van weidevogels te beschermen. In Utrecht zijn 13 groepen actief. Landschap Erfgoed Utrecht ondersteunt deze weidevogelgroepen met cursussen en materialen om de nesten te beschermen. De vrijwilligers houden online onder meer bij waar de nesten zich bevinden en of nesten uitkomen. Al deze informatie biedt inzicht in de stand van de verschillende weidevogelsoorten en welke extra of andere beschermingsmaatregelen getroffen kunnen worden.

Een aantal grutto's draagt een zender, waardoor ze via gps gevolgd kunnen worden. Wil je weten waar grutto Lenia of Wolvegea uithangt? Kijk dan op: volg.keningfanegreide.nl (Kening fan é Griede betekent Koning van de weide).

Bronnen

Kant, A. (2011). Weidevogels. Zutphen: Roodbont.

Aanvullende informatie