Schatvondsten uit Utrechtse bodem

Vuursteengeheimen I - Herkenning

7min

In de provincie Utrecht worden regelmatig vuurstenen werktuigen uit de steentijd gevonden. Ze vormden het ‘Zwitsers zakmes’ uit het verleden, dat voor allerlei doelen werd gebruikt: van wapen tot het schoonmaken van huiden. Deze vondsten kunnen ons een hoop vertellen over het Utrechtse verleden, maar ze zijn niet makkelijk te herkennen. Vuursteen kan door mensen óf de natuur veranderen, dus hoe zie je het verschil? Daarom neemt archeoloog Anne Zohlandt ons met drie verhalen mee in de wondere wereld van vuursteen. In het eerste verhaal: hoe herken je een door mensen bewerkt stuk vuursteen?

Hoe zien deze oude werktuigen er uit? Hoe onderscheid je menselijke werktuigen van vuurstenen die door een gletsjer, rivier of ploeg “bewerkt” zijn? Daarvoor kijken we eerst even naar de verschillende kenmerken van een afslag. Zo heeft een afgeslagen stuk vuursteen vaak een voorkant en een achterkant. Op de voorkant zien we vaak verschillende deuken: de afslagnegatieven. Dat zijn de plekken waar eerder al eens een stuk vuursteen is verwijderd. De randen tussen de afslagnegatieven noemen we ribben. De achterkant daarentegen is redelijk glad, met aan de bovenkant een slagbobbel. Vaak is daar ook nog een klein stukje te zien van het oppervlak waar de vuursteenbewerker op geslagen heeft. Dit heet het slagvlak. Met wat mazzel is daar zelfs nog een slagpunt te zien: een kleine (half-)ronde beschadiging, achtergelaten door de steen die op het vuursteen geslagen heeft.

Soms heeft een afslag geen slagbobbel, dan is minder kracht gebruikt om de afslag te maken. Vaak zijn dan wel slaggolven te zien of te voelen. Slaggolven zijn vergelijkbaar met de golven in het water als je er een steentje in gooit: ze worden steeds groter naarmate je verder naar buiten gaat. Als we de ronding van de slaggolven naar binnen volgen, leiden ze ons naar het slagpunt.

Retouche

Soms zijn afslagen nog verder bewerkt door zogeheten retouchering. Dit zit bijna altijd op de randen van de afslag en is makkelijk te herkennen. Het is een serie kleine, regelmatige afslagnegatiefjes. Daarmee werd de vorm en scherpte van een afslag veranderd. Een stuk vuursteen met regelmatige retouche is bijna altijd door mensen gemaakt: toevallige afslagen door de natuur vormen zelden een regelmatig patroon. Dat geldt ook voor kernstukken. Dat zijn stukken waarvan het oppervlak vooral uit afslagnegatieven bestaat. Ook die zijn vaak regelmatig van aard.

Een stuk vuursteen met regelmatige retouche is bijna altijd door mensen gemaakt.

Gewoon een mooie steen

Veel stukken vuursteen zien er prachtig uit, maar zijn toch niet door mensen bewerkt. In rivieren en gletsjers botsen stenen tijdens het vervoer constant op elkaar. Zo ontstaan een heleboel natuurlijke afslagen. Soms kunnen deze natuurlijk gevormde stenen heel erg op door mensen gemaakte objecten lijken. Deze stenen noemen we geofacten of pseudo-artefacten.

Veel stukken vuursteen zien er prachtig uit, maar zijn toch niet door mensen bewerkt.

Op bovenstaande afbeelding zien we zo een pseudo-artefact. Op het eerste gezicht lijkt het een bijl, toch is het dat niet. Hoe zie je dat? Kijk maar eens naar onderstaande detailfoto: we zien daar een heleboel sporen van puur gletsjer-geweld. Zo zijn alle ribben helemaal afgerond en kapot gestoten. Er zitten veel grote, diepe krassen op het oppervlak. Daarnaast zien we ook een heleboel putjes, rondjes en halve rondjes, drukkegels genaamd. Deze sporen ontstaan wanneer in een gletsjer stenen met extreem veel kracht tegen elkaar botsen. Transport in een rivier veroorzaakt dezelfde soort verschijnselen, maar omdat de krachten in een rivier minder groot zijn dan in een gletsjer, zijn ze slechter zichtbaar. Dit mooie pseudo-artefact mag dan misschien niet door mensen gemaakt zijn, het is wel een prachtige weergave van de geweldige krachten die Moeder Natuur in petto heeft.

Met dank aan wijlen Joost thoe Schwartzenberg voor het schenken van zijn collectie vuursteen aan de provincie Utrecht, Mirella de Jong van het provinciaal depot voor het mogen onderzoeken van deze collectie en Alexander van de Bunt en Anton Cruysheer voor de begeleiding van het onderzoek.

De vondsten zijn geregistreerd in PAN onder nummers PAN-00108276, PAN-00108291 en PAN-00108509.

Ook iets gevonden?

Met deze tips & tricks wordt het makkelijker om zelf vuursteen te herkennen. Heb je ook iets gevonden in de provincie Utrecht? Meld het dan bij Wouter Verschoof-van der Vaart, archeoloog bij het Meldpunt Archeologie van Landschap Erfgoed Utrecht. Ook als je niet zeker bent of iets een artefact is, helpen we je graag verder.

Geschreven door Anne Zohlandt

Extra info