Verhaal

Vervuild drinkwater en het ontbreken van riolering leiden ertoe dat de cholera in de 19de eeuw in de hele provincie en vooral in de steden verschillende keren toeslaat. Zo heerst in 1855 in Hoogland bij Amersfoort een cholera-epidemie die veel slachtoffers eist. De familie Van de Ham wacht een tragisch lot. De timmerman vaart daar in eerste instantie wel bij.

Auteur: Gerard Raven, Historische Kring Hoogland / Museum Flehite

Binnen vierentwintig uur zijn vijf kinderen van daghuurders Steven van de Ham en Johanna Klompenhouwer er niet meer. Willemijntje (10) en Hendrika (4) sterven op 26 september 1855  om negen uur. In de nacht die volgt overlijden ook Gerardus (8) en Geertruida (1). En vijf uur later is ook Elbertus (5) dood. Buren doen op het gemeentehuis in Hoogland aangifte van de dood van de kinderen. Vader Steven zal daarvoor zelf te ziek zijn geweest. Hij zou diezelfde avond nog sterven.

Zes lijkkisten

Timmerman Jan Pommer in De Ham (nu Hamseweg) krijgt van de gemeente Hoogland opdracht om voor het kisten van de vader en zijn vijf kinderen te zorgen. Met Jan van de Bouwmeester duwt hij een handkar met zes lijkkisten naar Hooglanderveen, een afstand van een kleine zes kilometer. Als timmerman is hij wel gewend om een overledene te kisten, maar ziet hier erg tegenop. Het is al middag als ze gaan. Halverwege drinken ze zich bij herberg De Brand enige moed in. Aangekomen bij het huisje blijkt dit verlaten. Het is in de kleine kamers met bedsteden niet eenvoudig om de lijken te kisten. Daarna helpen ze met begraven.

De afloop

Als Jan van de Bouwmeester zijn rekening indient, vindt de gemeente die te hoog. De raad besluit Pommer en Bouwmeester ƒ 26 aan te bieden voor de kis­ten en
ƒ 14 te betalen voor de overige werkzaamheden. Pommer gaat naar de kantonrechter en pas als die een oproep stuurt gaat de raad overstag. Van het gezin Van de Ham overleeft alleen moeder Johanna de epidemie. Zij is in verwachting en op 18 februari 1856 wordt een meisje geboren. Zij vertrekken enkele jaren later uit het huis. Ondertussen duurt de epidemie nog jaren voort. De laatste uithaal is op boerderij De Geer in De Brand: daar overlijden in september en oktober 1857 ook vijf personen aan de cholera.

Verzorging van zieken

Cholera was een gevreesde en zeer besmettelijke ziekte. Ook in 1832 sloeg die hard toe. In de provincie Utrecht vielen toen 503 slachtoffers, onder wie vier in Hoogland. Zieken werden daar ondergebracht in de kapel op Coelhorst, waar geen diensten meer werden gehouden. Toen die te klein bleek, werd een schoollokaal als hospitaal ingericht met zes kribben en strozakken, twaalf lakens en slopen en twee badkuipen. Maar ook dit was te weinig, waarna een schuur op Groot Wede in gebruik werd genomen. Deze epidemie duurde tot 1835.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Wat een geluk!? Daarin lees je alles over de (on)fortuinlijk verhalen uit de Utrechtse geschiedenis.

Meer lezen

- Arie van den Heuvel, Gerard Raven, Nellie van Vulpen (red.), Een wereld van verschil : Hooglanderveen ontmoet Vathorst (Hoogland 2003) 38.

- Gijs Hilhorst, Gerard Raven, Nellie van Vulpen, Boer, bestuurder en brandweerman. De gemeente Hoogland 1811-1973 (Hoogland 1999) 55.

meer

Gerelateerde objecten

meer