Aan het werk!

Werken bij Zeepfabriek De Duif in 1914

7 min

Vol trots vertelde directeur Christoph Pleines van Zeepfabriek De Duif in Den Dolder in 1914 in een jubileumboek over de eerste 25 jaar van zijn bedrijf. Hij was in 1889 in Amersfoort gestart met een klein zeepfabriekje. Dat was uitgegroeid tot een groot bedrijf. Nadat dit in 1902 in vlammen was opgegaan, had Pleines vanwege stankoverlast geen toestemming gekregen om de fabriek in Amersfoort te herbouwen. Hij had zijn zeepfabriek verplaatst naar wat later Den Dolder zou gaan heten. De foto’s in het jubileumboek geven een prachtig kijkje achter de schermen van deze fabriek. Hoe was het om als arbeider te werken bij Zeepfabriek De Duif?

Zeep maken

De drie belangrijkste producten van De Duif waren zeep in blokken (denk aan Sunlight-zeep), een zeeppoeder waarmee de was kon worden gedaan en zachte zeep. Het maken van zeep is heel eenvoudig. Je kookt een hoeveelheid vet of olie en een hoeveelheid loog in een grote ketel. Dan verzeept het vet. Daarna droog je dit product en je maalt het fijn en je hebt waspoeder. Vet, olie en loog werden per spoor geleverd, verpakt in houten en ijzeren vaten. 

Geen wonder dat de fabriek een geweldige stank veroorzaakte, zeer onaangenaam.

In de kokerij werden de grondstoffen in voorgeschreven hoeveelheden in de ketels gedaan en gekookt. Kwalijke dampen stegen op, maar die werden afgevangen onder een soort omgekeerde trechter. De trechter was via een pijp verbonden met het dak van de fabriek waar de dampen door de wind werden meegenomen. Maar de afdichting was slecht, een deel van de dampen kwam in de fabriek terecht en verdween in tweede instantie door het raam. Geen wonder dat de fabriek een geweldige stank veroorzaakte, zeer onaangenaam. In de eerste plaats voor de arbeiders in de fabriek, maar zeker ook voor de mensen die vlak bij de fabriek woonden. Na het koken werd de zeepmassa gedroogd bij de openstaande ramen. Ook daarbij zal stank vrijgekomen zijn. De eenmaal gedroogde zeep werd daarna gemalen en verpakt in voorgevormde papieren zakken, ook wel hulzen geheten.

Naar het werk

Veel personeel kwam uit Amersfoort per trein. Dat zal een vroege ochtendtrein zijn geweest. Vijf minuten lopen en ze waren bij hun werkplek. En vermoedelijk aan het eind van de middag de terugreis. Eventueel konden ze wachten in de derde klas wachtkamer van Station Den Dolder. Ze namen zelf brood mee voor tussen de middag. In het boek vinden we geen foto van een kantine of zo. Dus waarschijnlijk werd gegeten gedurende het werk, gewoon op de eigen afdeling. We horen er niets over in het boek dat duidelijk de intentie had te laten zien hoe goed die fabriek was. Drinken zal ook wel meegebracht zijn. Koffie in een thermosfles? Sommige vrouwen droegen hun drinken in een afsluitbaar geëmailleerd kannetje. Wel zien we dat jonge mensen tijdens schafttijd gymnastiek deden op het terrein. Ook zaten in de schafttijd vrouwen te breien.

Handwerk en machines

Veel van het lichte werk werd met de hand of met lichaamskracht gedaan. Vele handen maken licht werk. Wie niet gemakkelijk een ijzeren fust kan verplaatsen wordt geholpen door een collega, en de vaten liggen op een soort rails waardoor ze gewoon “aan de beurt komen” en makkelijk te verrollen zijn. Er is wel een kraantje om de vaten te laden of te lossen en een steekwagen om een kist te verplaatsen. Stoommachines drijven via leren riemen een stelsel van assen en wielen aan waarop vervolgens elke machine is aangesloten.

De arbeiders en hun kleding

Werkers zijn er werkelijk in alle leeftijden. Op de grote personeelsfoto ontdekken we hoe groot het aantal werkers bij de zeepfabriek wel was. Niet voor niets was zeepfabriek De Duif de grootste werkgever van Zeist in die jaren. Mannen en ook heel wat vrouwen en jeugdigen, ook jonge meisjes. Let op de verschillen in kleding en op de klompen van de jongens vooraan op de foto. De arbeiders liepen in eigen werkkleren en velen droegen een werkschort (dienstkleding?), aangepast aan het werk dat ze deden. Op de foto’s onderscheiden we korte jasjes maar ook overhemden met lange mouw en schoenen dan wel klompen. Sommigen met, anderen zonder pet. Op kantoor zien we glimmende schoenen colbertjes en witte boorden, in de kookruimte grote stevige schorten waarschijnlijk in verband met de gebruikte chemicaliën.

Reclame

Pleines adverteert veel in kranten. Steeds is de huisvrouw het middelpunt want een verstandige huisvrouw begrijpt de goede kwaliteit van de zeep van De Duif. Schoorstenen die roken zijn een uiting van productiviteit. Waar veel rook uit de schoorsteen komt wordt kennelijk ook hard gewerkt, en alles voor de bestwil van de huisvrouw die van proper wasgoed houdt.

Geschreven door Frits Stuurman

Bronnen

“De zeepindustrie in beeld zooals die wordt uitgeoefend in de Koninklijke Zeepfabrieken “DE DUIF” van Chr. Pleines” Den Dolder (prov. Utrecht. Juli 1914.) [Jubileumboek 25-jarig bestaan Zeepfabriek De Duif in Den Dolder (1914)]

Informatie over Christoph Pleines op het Geheugen van Zeist