Verhaal

Het lijkt misschien een saaie foto, maar hij is wel hoogst zeldzaam: een grote partij radiotoestellen, opgeslagen in een klaslokaal in Vreeswijk, tegenwoordig Nieuwegein-Zuid. Tientallen radio’s, allemaal voorzien van een label. Ze zijn in beslag genomen in de weken na mei 1943, toen de Duitse bezetter opeens de Nederlander verbood nog langer naar de radio te luisteren. Een krasse maatregel, die mensen het bloed onder de nagels vandaan haalde.

Auteur: Ad van Liempt

Veertien dagen eerder hadden massa’s werknemers meegedaan aan de april-meistakingen tegen het wegvoeren van honderdduizenden voormalige Nederlandse militairen in krijgsgevangenschap, om hen te werk te stellen in Duitsland. De Duitsers dachten dat Radio Oranje daar een belangrijke rol in gespeeld had. Dat was niet zo, maar toch moest iedereen zijn radio inleveren. En daar staan ze dan, in de klas, het illegaal gefotografeerde bewijs van Duits getreiter.

Dwangarbeiders in de klei

Naarmate de oorlog vordert, worden onderdrukkende maatregelen van de bezetter steeds vaker ook op straat zichtbaar. Het fotograferen wordt steeds moeilijker, en wordt na Dolle Dinsdag zelfs verboden, maar gelukkig blijven sommigen het doen. En daarom weten we hoe dat ging, het opbrengen van dwangarbeiders, zoals in de Hoofdstraat in Veenendaal. Ze worden door Duitse soldaten begeleid naar de plek waar ze moeten spitten: tankvallen graven die ooit een eventuele geallieerde opmars moeten bemoeilijken. In Breeveld bij Woerden is iemand zo dapper geweest om het spitten zélf te fotograferen, wat ook al een uiterst zeldzame foto oplevert. Een eindeloze sliert spitters, sommigen lijken zo achter hun bureau vandaan geplukt. Je ziet hoe vet de klei is en hoe zwaar dus het werk. Maar je ziet er ook heel wat op de schop leunen, uit zelfbehoud.

Dramatische omstandigheden

En dan is er die foto van de Amersfoortse Kapelweg: een enorme groep gevangenen wordt uit Kamp Amersfoort naar de trein geleid, door gehelmde Ordnungspolizisten. Het zijn er 1400 en ze gaan naar Neuengamme. Honderden gaan hun dood tegemoet, want in Neuengamme en z’n talloze buitenkampen zijn de omstandigheden dramatisch. Tot de groep behoren de zeshonderd Puttenaren die bij wijze van represaille zijn opgepakt. Van hen komt 92 procent nooit meer terug.

Redders en verzorgers

De foto die in een Benschopse boomgaard is genomen, in september 1944, lijkt een jubilerende vereniging voor te stellen, met clubvlag. Maar het zijn de tientallen onderduikers die er in de polder ondergedoken zaten, met hun redders en verzorgers uit het verzet. De foto was bedoeld als dierbare herinnering aan een tijd vol spanning en solidariteit. Maar hij had nooit genomen moeten worden. Want de oorlog duurde veel langer dan gedacht en in de resterende tijd kreeg de Sicherheitspolizei een afdruk in handen. Wat tot een tragedie leidde: de foto wees de weg naar zeven verzetsstrijders, die vervolgens zijn omgebracht.

Dat heb je met foto’s uit de oorlog: soms ben je blij dat de werkelijkheid erop is vastgelegd, soms had je gehoopt dat-ie nooit genomen was.

Dit is één van zeven verhalen die Ad van Liempt schreef bij de 50 Utrechtse foto’s die werden verzameld voor het landelijke project De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s. Ad van Liempt was lid van de keuzecommissie en maakte met RTV Utrecht de serie Tijd van Toen over de Utrechtse foto’s. Deze beelden komen aan bod in aflevering 3. 

 

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer