Immaterieel Erfgoed in de provincie Utrecht

Zij is Molenaar

7min

Het ambacht van molenaar is door Unesco erkend als internationaal immaterieel erfgoed. Ook in de provincie Utrecht staan molens, vooral in de wat lager gelegen gebieden in het westen. Zij zorgen daar voor de waterhuishouding in de veen- en weidegebieden, al wordt het meeste werk tegenwoordig door gemalen gedaan. In Kockengen, ten noordwesten van de stad Utrecht staat de Kockengse molen, waar Marloes Stofferis als één van de molenaars werkt.

‘Ik zeg altijd tegen bezoekers: ook al vinden wij dat molens typisch Nederlands zijn, toch zijn wij niet het enige land met windmolens. Windmolens zijn niet eens ontstaan in Nederland, maar waarschijnlijk ergens in het Midden-Oosten, het huidige Iran of Irak,’ aldus Marloes.

De geschiedenisles gaat nog even door. ‘Wat Nederland wel als eerste heeft gedaan, is de grootschalige inzet van windmolens voor het wegmalen van water om polders te maken. Dat noemen we poldermolens.’ Zoals in de provincie Utrecht.

Verder is in Nederland als eerste de krukas toegepast in molens zodat er boomstammen mee gezaagd konden worden. Een krukas is een as die voorzien is van een of meer krukken (excentrisch geplaatste assen), die een op en neer gaande beweging omzet in een draaiende of rechtlijnige beweging. Zo kon op grote schaal hout bewerkt worden om bijvoorbeeld schepen van te bouwen voor de VOC en WIC. In die zin zijn molens wel bepalend geweest voor de identiteit van Nederland.

Ontastbare kennis

Dit verhaal gaat niet over molens, maar over het ambacht van molenaar. Het leven van molenaars was vaak erg zwaar, vooral dat van poldermolenaars. Zij woonden vaak met hun gezin in de molen: een piepkleine, lawaaiige en koude woning. Ze waren in dienst van waterschappen, die vanaf de 13e eeuw zorg droegen voor de waterhuishouding in Nederland. Hoewel molenaars onmisbaar waren om de voeten droog te houden of het laagveen nat genoeg, werden ze slecht betaald.

Het ambacht van een molenaar raakt aan veel zaken. Je moet je molen en de hele mechaniek door en door kennen én kunnen onderhouden. Je moet weten wanneer de molen kan draaien en wanneer hij moet draaien, hoe hard, hoe zacht. Je moet inzicht in het weer en het water hebben. ‘Wat doe je, als je moet malen en het vriest? Of als er een tekort aan water is ‘s zomers?,’ geeft Marloes als voorbeelden. Ook bij haar molen in Kockengen komt ze regelmatig voor dit soort uitdagingen te staan, vooral in de afgelopen droge zomers.

Die kennis, symboliek en ervaring die je nodig hebt om molenaar te zijn, zijn allemaal onderdeel van het ambacht. Ontastbare maar onmisbare zaken die vroeger doorgegeven werden van meester op leerling.

Waarom zou de zorg voor dit erfgoed beperkt moeten zijn tot een deel van de bevolking? Ook vrouwen en jongere mensen mogen daar deel van zijn.

Marloes Stofferis

Bonus-opa’s

Marloes Stofferis was als kind al gefascineerd door molens, maar dacht altijd dat het ambacht van molenaar iets voor oude mannen was. Toen ze uiteindelijk de opleiding ging volgen, bleek dat ook zo te zijn. Ze kreeg er in één keer een fiks aantal bonus-opa’s bij. De gemiddelde leeftijd is 60 jaar. Gelukkig zijn de tijden ook veranderd: onderdelen van het werk van molenaars die fysiek zwaar zijn, zijn tegenwoordig vaak elektrisch. ‘De redenatie dat je als vrouw geen molenaar kunt zijn omdat het fysiek te zwaar is, gaat dus helemaal niet op,’ zegt Marloes lachend. ‘En als het soms zwaar is, denk ik maar zo: het houdt me fit.’

Er is in Utrecht nog niet veel onderzoek naar gedaan, maar uit een onderzoek in Zuid-Holland is gebleken, dat daar tussen 1850 en 1950 veertig vrouwen officieel zijn aangesteld als molenaar. Waarschijnlijk waren dat echtgenotes van molenaars die overleden waren. Het kwam dus vroeger ook wel voor, al was het in andere regio’s weer verboden voor vrouwen om molenaar te worden. Dan moesten zij met de kinderen hun huis uit als hun man stierf. Of ze moesten met de knecht trouwen, die dan molenaar werd. Die tijd is gelukkig voorbij, maar feit blijft dat er nog steeds niet veel vrouwelijke molenaars zijn.

Marloes vindt dat jammer. ‘Het is echt zulk mooi werk,’ verzucht ze. ’Sterker nog, voor mij het voelt niet eens als werk. Het is heerlijk. Ik kan er echt van genieten dat ik alleen met de kracht van de wind, mijn lichaam en wat handige techniek zo’n gigantische en oude machine in mijn eentje kan laten draaien.’

Verval en doorstart

Sinds de stoommachines en stoomgemalen hun intrede deden in Nederland in de loop van de 19e eeuw, zijn molens hun waarde als fabriek en gemaal kwijtgeraakt. Molens werden aan hun lot overgelaten, want er viel als molenaar geen droog brood meer te verdienen. Veel molens raakten in verval en zijn uiteindelijk verdwenen of verplaatst naar elders. In de twintigste eeuw hebben mensen die dat aan het hart ging, organisaties opgericht om het verval van de nog overgebleven molens tot stand te brengen en om het ambacht van molenaar door te geven.

Het Gilde van Vrijwillige Molenaars is in 1972 opgericht door een groep enthousiaste molenliefhebbers. Ter onderscheiding van beroepsmolenaars heten de amateur-molenaars Vrijwillige Molenaars, al moeten ze wel een degelijke opleiding van twee jaar volgen om een diploma te krijgen.

Het ambacht van molenaar is tegenwoordig wel anders dan vroeger. Ten eerste doen de leden van Het Gilde het vrijwillig, ze doen het dus naast hun werk of als ze met pensioen zijn. Ten tweede geven ze het ambacht ook door, ze geven les aan molenaars in opleiding. Ten derde ontvangen ze ook geïnteresseerde bezoekers en geven hen uitleg. Ze zijn dus ook nog gastvrouw of -heer.

Digitale verhalen bij fietsroutes

In 2023 heeft het Gilde van Vrijwillige Molenaars ruim 2800 leden, waarvan 2/3 gediplomeerd is en 1/3 in opleiding. Minder dan 8 % daarvan is vrouw. De regio Utrecht-’t Gooi is een positieve uitzondering op dit gegeven met 16 % vrouwelijke molenaars en molenaars in opleiding.

Het bestuur van de regio Utrecht-’t Gooi van het Gilde wilde graag deze vrouwen in het zonnetje zetten en vroeg Marloes om een actie hiervoor te bedenken. Dat werd Zij is molenaar, fietsroutes met verhalen van vrouwelijke molenaars. Dit was een initiatief ter ere van het vijftigjarige jubileum van Het Gilde van Vrijwillige Molenaars, afdeling Utrecht-‘t Gooi in 2022.

Marloes vindt het belangrijk om vrouwen attent te maken op de mogelijkheid dat zij ook molenaar kunnen worden. ‘We betalen allemaal belasting, waarmee onder andere de molens onderhouden worden. Waarom zou de zorg voor dit erfgoed beperkt moeten zijn tot een deel van de bevolking? Ook vrouwen en jongere mensen mogen daar deel van zijn.’

Meer informatie over Zij is Molenaar vind je op hun website.

Zij is Molenaar fietsroutes

Er zijn een zestal fietsroutes langs molens waar een vrouwelijke molenaar of molenaar in opleiding draait. Bij de molens staan bordjes met een QR-code. Door deze te scannen met een mobiele telefoon is een podcast met de molenaar te horen. Soms is er ook een filmpje te zien. De routes zijn digitaal beschikbaar, maar ook verzameld in een gedrukt boekje, dat gratis aan te vragen is via de website of op te halen is bij de deelnemende molens in Utrecht.

Geschreven door Elise Meier Ontdek alle verhalen van deze schrijver

Extra info